De opkomst van kleur

Tegen de tijd dat de Olympische Spelen in 1968 begonnen kwam de kleurentelevisie in de winkels. Gezien de prijs (rond de 3000 gulden) was het niet bepaald een warme broodje dat over de toonbank ging. Het was een dure aanschaf. Weer ontstonden er groepskijkmiddagen voor kinderen en voetbalavonden voor de mannen. Zoals eerder bij de zwart wit tv was ook nu de kleurentelevisie een manier om mensen bijeen te brengen. Vriendschappen kregen een extra dimensie. Kaartavonden werden opgevolgd door kijkavonden.

Met de komst van de kleurentelevisie werd de tweede fase van het veranderingsproces een feit. Beelden werden veel indrukwekkender en men hoefde niet meer naar de bioscoop om een film te zien. Waar mensen dus de deur uitgingen bleven ze nu meer en vaker thuis. Het nieuwe medium zorgde er langzaam voor dat mensen een individuelere wijze van leven gingen voeren. Dat nadeel stond tegenover de enorme massa aan nieuwe informatie die de huiskamer binnen kwam. De Talking Heads die we via het beeld leerden kennen kregen een sterrenstatus. Nieuwe helden en heldinnen werden geboren. Miep Bouwmans voorop.

Muziek
Naast de radiozenders, die de nieuwe muziek in ons leven brachten, zoals de Rock & Roll of de Underground, kwamen er nu ook op tv muziekprogramma’s. Het waarschijnlijk meest bekende voor de oudere generatie is Hoepla van de VPRO, want zij braken alle oude muren af. Zij hadden de eerste blote meid op tv.

Zij lieten voor de eerste keer een artiest, Jimi Hendrix, live op tv spelen. Zij maakten een programma dat niet paste in wat tot dan toe gangbaar was. Het programma dat het het langst volhield was Top Pop. Ad Visser, die het spannende radioprogamma Superclean Dreammachine van Ad ‘s Gravenzande had overgenomen presenteerde Top Pop lang, heel lang. De tv had vanaf nu de radio ingehaald als medium. Sportwedstrijden werden niet meer via de radio gevolgd, maar op tv bekeken. Muziek was niet meer uitsluitend het voorrecht van de radio.